De keerzijde van continu verbeteren

Inmiddels heb ik al veel mensen mogen begeleiden bij hun groei. De meesten van hen waren ambitieus, wilden graag leren, zichzelf verbeteren, wilden graag eruit halen wat erin zit. Onderzoek naar de drijfveer van deze ambitieuze mensen leverde mij nieuwe inzichten op.

De drijfveer achter ambitie is vaak groei. Waar ik achter kwam is dat de meeste mensen nog beter wilden worden. En niet verbeteren of stilstaan was eigenlijk geen keuze. “Stilstand is achteruitgang”, hoorde ik vaak. Met andere woorden ze moeten zichzelf voortdurend verbeteren. Laten we daar eens op inzoomen. Wanneer moeten we beter worden? Wat zeggen ze daarmee impliciet?

Als we beter moeten worden zeggen we impliciet er iets niet goed (genoeg) is of als je ergens last van hebt. Het uitgangspunt is dan ook vaak ‘het is niet ok, niet voldoende’ of anders gezegd ‘ik ben niet ok, niet voldoende’. Helaas is de groei dus ook nooit goed genoeg en ontstaat er vanuit deze ambitie nooit een gevoel van voldoening. Deze gedachte zie ik ook vaak terug in organisaties die continu moeten verbeteren.

Ambitieuze mensen hebben het “ik ben niet goed genoeg” principe vaak praktisch vertaald in “ik moet me bewijzen om … te zijn”. Maar voordat ze zichzelf de kans geven om ‘…’ te ervaren, hebben ze de lat alweer hoger gelegd. Daardoor wordt de genoegdoening nooit ervaren en blijft de gedachte “ik ben niet goed genoeg” in stand.

Nou is er niks mis met de wil om te groeien met ambitieus willen zijn, maar als het een ‘moeten’ wordt, dan ontnemen we onszelf de ruimte om stil te staan, om te ontspannen in wat we al hebben bereikt. En precies dat is nodig om genoegdoening te ervaren, om tevreden te zijn.

De lat altijd hoger leggen, betekent dat je voortdurend onder druk functioneert. Dat kan een mens tijdelijk prima aan, maar niet voortdurend. Dan raken we door onze energie heen en branden op.

Veel effectiever is het opereren vanuit een flow toestand. De toestand waarin alles lukt en alles als vanzelf lijkt te gaan. Om in flow toestand te geraken, moeten we ruimte bieden aan twee haast tegenovergestelde waarden: uitdagingen aangaan en vasthouden aan wat we al kunnen. Ofwel het spanningsveld managen tussen dat wat al lukt en dat wat nieuw is. Deze twee waarden goed samenwerkend leveren een zgn. flow toestand op. Een toestand waarin alles lukt en als vanzelf lijkt te gaan.

Wat daarvoor nodig is, is een ander model om te groeien. Eerst maar eens stilstaan en reflecteren en zien volgens welk model jij groeit. Wat is hier goed aan en waar heb je last van? Verdieping in plaats van verbreding dus. Dan ontstaan er vanzelf andere modellen om te groeien, die minder energie kosten en meer vertrouwen opleveren.


About the Author

Carmen Altena

 

Be the first to comment “De keerzijde van continu verbeteren”