Denken of weten? Of denk jij te weten?

Een andere bron als je teveel leunt op je denken en je resultaten teveel energie kosten

Denk jij vooral? Of zeg jij vaker “ik weet …”? Antwoorden kunnen uit het denken of uit het weten komen. Wat is het verschil? En hoe weet je nou of je iets zeker weet of dat je denkt iets zeker te weten? En waarom is dat eigenlijk belangrijk?

Laat ik met de laatste vraag beginnen.

Waarom een onderscheid tussen weten en denken?

Het weten klopt, dus daar komt je hart bij kijken, ofwel er is verbinding tussen denken en voelen. Dat doe je met je hele lichaam. Denken hoeft niet te kloppen, dat kan je alleen met je hoofd doen. En denken te weten is vaak een afleiding van het denken om de onzekerheid, van het niet weten, niet te hoeven voelen.

Weten is de juiste weg, volgt de juiste stroom waardoor zaken gemakkelijker gaan, we ons hoofd minder belasten. We putten uit een andere bron van wijsheid, eentje waar we geen moeite voor hoeven doen.

Het betekent ook dat we in ons handelen met een krachtige energie ‘kloppend’ te werk gaan, waarmee de kans van slagen groter wordt.

Denken geeft ons opties vanuit dat wat we al weten, al kunnen zien (ons denkkader). Dat kan betekenen dat we bij het bereiken van resultaten tegen de stroom inroeien, omdat de optie van met de stroom meegaan nog niet zichtbaar is. Dan kost het dus vaak meer energie en betekent harder werken. Of succes blijft uit.

Als we teveel vanuit ons denken opereren, kunnen we uitgeblust raken. Dus vooral daar waar het bereiken van resultaten niet meer lukt of veel energie kost, wordt het tijd om het denken los te laten en je aandacht te richten op het weten. Wat in eerste instantie betekent dat je het niet-weten omarmt.

Denken of weten?

In de regel geldt, hoe meer je denkt, hoe minder toegang je hebt tot het weten. Als je twijfelt, ben je op zoek in het denken. Het weten is subtiel, het denken schreeuwt vaak. Dus het denken overschreeuwt het weten vaak.

Denken geeft ons dus (bekende) mogelijkheden die zijn ontstaan door op een bepaalde manier, vanuit een bepaald perspectief, denkkader te redeneren. Als je vanuit een ander perspectief zou redeneren, zou je andere mogelijkheden krijgen. Toch is er in het moment, in de context altijd maar 1 waarheid, 1 juiste mogelijkheid. En aangezien je vanuit het denken niet alle mogelijkheden kunt waarnemen, is het maar de vraag is of de juiste mogelijkheid ertussen zit.
En als je niet weet welke van de opties klopt, dan kun je uiteraard verschillende mogelijkheden uitproberen. En door objectief te reflecteren, ontdek je gaandeweg welke mogelijkheid te juiste is, ofwel klopt. Dit kost echter tijd. Het voordeel is wel dat het bewustzijn, je denkkader groeit.
Soms zie je geen opties. Dan is het wijs om eens stil te staan bij de vraag vanuit welk kader je redeneert, van waaruit je wellicht nieuwe kaders kunt gaan zien en dus nieuwe mogelijkheden. Dan wordt je wel met het niet-weten geconfronteerd.

Weten komt uit een andere bron dan denken. Het verschil zit hem in de bewustzijnslaag van waaruit het antwoord of inzicht komt. Het weten komt uit het collectieve (universele) bewustzijn, waarin alle waarheden opgeslagen liggen en niet slechts degenen die jij kunt zien en voor waar aanneemt, waar het denken op gericht is. Soms is het alsof er plots een lampje gaat branden, krijg je ineens een nieuw inzicht uit compleet andere hoek, een ingeving. Vaak als we het probleem even hebben laten liggen en afstand hebben genomen van ons denken.

Weten komt tot ons in verschillende vormen, afhankelijk van jouw beste zintuig. Zo kunnen we bijvoorbeeld helder zien, helder voelen (intuïtie), helder denken (ingeving) of helder horen.

Hoe kan je het lijntje naar het collectieve bewustzijn openen?

Je kunt starten met zelfbewustzijn. Ontdekken wat jouw waarheden zijn, hoe je nu kijkt en redeneert. Daar afstand van nemen en erachter komen wat je nog niet weet. Kun jij bijvoorbeeld zien wat je (nog) niet kunt zien?
Of je denken (te weten) loslaten en meer openstaan voor (ogenschijnlijk) tegenstrijdige meningen. Maar ook gewoon maar eens wat uitproberen. Zodat jouw eigen waarheden kunnen worden aangevuld.

Belangrijk is dus dat je het onwetende kunt en vooral durft toe te laten; onwetendheid als startpunt gaan zien voor groei. Om dat te doen zijn stilte en vertragen belangrijke elementen.
Dan kun je gaan waarnemen, objectief (oordeelloos) obeserveren. Niet denken te zien of voelen of weten, geen dingen voor waar aannemen, maar wezenlijk zien, voelen en luisteren.

Goed je hierbij te realiseren dat je denken je in dit proces heel vaak voor de gek houdt. Met weliswaar de intentie je te helpen. Maar het denken kan buiten het kader niks wezenlijks bedenken. Dus hoe meer je denkt te weten, hoe minder je weet.


About the Author

Carmen Altena

 

Be the first to comment “Denken of weten? Of denk jij te weten?”